Good days in New Vegas (deel 5): de Sherlock van de Mojave

Geplaatst op: 19 april 2011 door Erik Dekker in Verhalen
Tags:, , , , , ,

In de rubriek ”Good days in..” neem ik je mee in mijn avonturen die ik in bepaalde games beleef. Onlangs beet de game Fallout: New Vegas het spits af en in het eerste deel kon je lezen dat ik al vanaf het begin in de game aan het werk werd gezet. Blijkbaar kwam mijn hulp als geroepen, want de problemen stapelden zich langzaam maar zeker op. Nu ben ik op weg om wraak te nemen op degene die mij dood wilde hebben. Overal waar ik kom hebben mensen mijn hulp hard nodig en ben ik soms genoodzaakt de klopjacht op mijn belager te staken. Na de gebeurtenissen in Nipton, is het tijd om mijn weg te vervolgen. Wat staat er nu op de planning? De reis naar Novac en eventuele hulp die ik zou kunnen krijgen. Het wordt echter een zenuwslopende reis. Voordat je verder leest bij deze de vriendelijke waarschuwing dat spoilers niet zullen ontbreken.

Nieuwkomers in de rubriek kunnen hier beginnen met lezen:

Mijn lange weg naar Benny is tot nu toe geen makkelijke geweest. Overal waar ik kwam had verdoemenis en verderf de overmacht. Of het nou een gevecht was om een vriendelijk klein dorp of een waar bloedbad uit emotie en wraak, het mocht allemaal niet baten. Toch houdt dit me niet tegen om mijn eigen doelen te achtervolgen. Nog half na hijgend van het laatste gevecht in Nipton, loop ik met wankelende benen richting Novac, een dorp in het Noord Westen van waar ik me nu bevind. Met een nieuwe lading aan wapens en ammunitie op zak zou ik het nog wel even uit kunnen houden. Mijn voorraad stimpaks begint echter een angstvallig dieptepunt te bereiken. Toch maar even doorzetten, maar we zijn er nog niet. Nog geen tien minuten na mijn afscheid in Nipton, kom ik een stel raiders tegen die het niet zo hoog hebben met me.

Met mijn Cowboy Repeater zoek ik een hoog punt op een berg op en ga al bukkend een goede positie zoeken om een aantal schoten te lossen. Na diep in te hebben geademd schiet ik een paar raiders door het hoofd. Mijn aanwezigheid wordt echter opgemerkt en uit paniek schieten er een paar onderdrukkend vuur op mijn positie. Snel sluip ik weg en ren de berg af. Mijn snelheid doet me echter struikelen over een uitstekende steen. Met luid kabaal vlieg ik een paar keer over de kop en land met een aantal lelijke schrammen op een harde grond. Nog bijkomend van de val hoor ik een aantal stemmen dichterbij komen. Ik kijk onrustig om me heen en zie mijn Repeater een paar meter verder op de grond liggen. Ik aarzel geen moment en reik uit naar het wapen. Geen seconde te laat, want ik vrijwel meteen een paar goedgemikte schoten lossen wil ik hier levend uit komen. Gelukkig heb ik al enige ervaring opgedaan in mijn eerdere avonturen en mijn belagers moeten het doen met een aantal stukken lood in het hart.

De stof klaart op en het is angstvallig stil. Ik kruip naar het lijk van een van de raiders toe en vind godzijdank een paar stimpaks in zijn rugtas. Na een kwartier te hebben uitgerust sta ik weer op en loot de rest van de bende. Het wordt me ook niet makkelijk gemaakt, he? Ik houd mijn hart in ieder geval nog even vast totdat ik Novac bereik. En mijn ietwat onrustige houding tegenover de reis is niet geheel onterecht. Niet lang daarna zie ik een kamp vol met Legion soldaten. Sommigen slapen, sommigen zijn gulzig aan het eten en een enkeling houdt de wacht. Mijn oog valt op een aantal Powder Gangers die vastgebonden zijn. Ik heb het niet hoog met die jongens maar echt veel kwaad kunnen ze niet uithalen. Hier kom ik later nog terug, wanneer ik wat beter voorbereid ben.

Na enkele uren lopen kom ik eindelijk aan in Novac, helemaal uitgeput. Hoe houdt iemand dit toch vol? ”Eerst tijd voor een goed glas aan de plaatselijke bar”, denk ik bij mezelf. Gelukkig is er een hotel die solaas biedt. Terwijl ik een ijskoude Sunset Sarsaparilla nuttig vraag ik aan de receptioniste (na een praatje kom ik erachter dat ze Jeannie May Crawford heet; wat een naam) of er misschien nog een kamer voor mij is waar ik even tot kracht kan komen. Ik heb mazzel, maar het kost mij honderd bottlecaps. ”Zuinige ouwe tang”. Ik geef haar met pijn in mijn portemonnee het geld en gris de sleutels uit haar handen. ‘”Wait, the second drink is on the house!”, roept ze me na. Natuurlijk aarzel ik geen moment en neem snel nog even een flesje Sarsaparilla met me mee. Want hey, misschien zit er wel een Blue Star bottlecap in!

Novac

Ik stap mijn kamer in en ik merk meteen een vrij donkere maar knusse sfeer op. Een paar kasten hier en daar, samen met een sanitaire voorziening. Dit appartement wil ik wel even blijven houden. Maar voordat ik rond ga kijken plof ik op bed neer.

De volgende ochtend word ik wakker en kleed me langzaam aan. Tijden geleden dat ik eens lekker uit heb kunnen slapen. Na het ontbijt, dat bestaat uit een paar appels die duidelijk hun beste tijd hebben gehad, besluit ik Novac eens ondersteboven te zetten. Naast het hotel staat een grote dinosaurus die blijkbaar dient als een souvenirshop en een uitkijktoren. Terwijl ik eens rustig rondloop kom ik Boone tegen, een sluipschutter die de wacht houdt in het dorp. Ik raak met hem aan de praat en hij blijkt het niet zo hoog te hebben met The Legion. Mooi, hebben wij tenminste wat gemeen. Hij vertelt mij ook over zijn vrouw die enige tijd geleden als vermist werd opgegeven. Ik merk duidelijk een hopeloze ondertoon in het gesprek en dat raakt me. Ik besluit hem te helpen door eens na te gaan wat er van zijn vrouw terecht is gekomen. Boone geeft mij wat aanwijzingen en vertelt mij dat ik moet gaan rondvragen in Novac. Prima, Benny kan toch wel even wachten. Eens zien of ik mijn detective spullen mee heb genomen.

Als een echte detective heb ik een paar ijzersterke vragen genoteerd waar geen verdachte met een pokerface tegenop kan. Ik begin met Manny, Boones co-sluipschutter. Ik klop bij zijn appartement aan; hij heeft blijkbaar net nachtdienst gehad. Moe en lichtelijk geïrriteerd doet hij open en vraagt hoe ik het in mijn hoofd haal om hem te storen op dit late tijdstip. ”Laat. Natuurlijk joh, droom lekker verder”. Ik val meteen met de deur in huis en vraag hem wat hij van Boone’s vrouw af weet. ”Aside the fact that I downright hated that woman, I know nothing unfortunately. We had some arguments once but I was surprised she was gone all of a sudden”, legt hij me uit. ””Do you want something to drink? Coffee? Tea? Nuka Cola?’, vraagt Manny mij terwijl hij naar de keuken loopt. Voordat hij een antwoord kon krijgen liep ik alweer buiten. Hij zou het niet geweest kunnen zijn. Het ligt te veel voor de hand.Hier moet Boone vanaf hebben geweten en dan zou hij zelf al actie hebben ondernomen. Nee, ik moet niet te snel conclusies trekken.

Er leeft op dit moment ook een gepensioneerde Ranger in Novac. Rangers zijn de top van de NCR, meedogenloze soldaten die je niet je pad wilt laten kruizen. Zou die Ranger misschien wat meer van de situatie af weten? Zulke types hebben vaak een zesde zintuig als het op moord of verdwijning aankomt. Ik besluit een poging te wagen en klop bij de goede man aan. ”Dang, who is it? Who dares to disturb this old man?”, hoor ik vanachter de houten deur. De Ranger doet open en laat mij binnen, ietwat humeurig. ”Wat hebben die mensen voor slecht humeur in de ochtend?”, vraag ik me af. We raken in gesprek. Hij heet Andy en die man heeft een verleden, niet te geloven. Zijn hele lichaam is compleet kapot gemaakt door vervelende ongelukken waaronder een slecht getimede handgranaat. Best wel zielig. Toch weet ik de moed bijeen te schrapen en hem naar Boone’s vrouw te vragen. Op zijn wilde en interessante verhalen over de oorlog na, weet hij mij vrij weinig te vertellen. Andy wijst me echter wel de weg richting No-Bark, de dorpsgek. Misschien dat ik wat informatie uit hem kan peuteren, maar ik betwijfel het. Niet geschoten is echter altijd mis.  Op naar No-Bark dan maar. Aan zijn naam zal het in ieder geval niet liggen.

No-Bark blijkt in een vervallen hutje aan de rand van Novac te wonen. Ik klop verschillende keren aan, maar er wordt niet open gedaan. Zou hij misschien in het dorp zelf zijn? Mijn nieuwsgierigheid wint het en ik doe zachtjes de deur open. Voordat mijn ogen kunnen wennen aan de duisternis word ik verblind door een schot van een shotgun die verschillende kogels in mijn linkerarm schiet. Welke volslagen idioot verzint dergelijke martelende praktijken? Oh ja de dorpsgek. Die vent krijgt een kogel door zijn hoofd. Saint of niet, zulke geintjes pik ik niet. Terwijl een berg stimpaks mijn arm weer een beetje op de been helpen, besef ik dat ik No-Bark eerst moet uithoren, voordat ik hem een ticket naar het hiernamaals geef. En ziedaar, hij komt net op tijd binnen, terwijl ik nog half na loop te hijgen van de pijn. ”You…you! Do you know anything about Boone’s wife?”, is het enige dat schor uit mijn mond komt. ”No-Bark knows many things yes? Crazy things going on in the Novac Inn. No-Bark suggests the lone wanderer goes there”. De neiging om zijn eigen shotgun tegen zijn hoofd te drukken is groter dan ooit, maar Sherlock Holmes had zelf zijn eigen stijl en dit was niet de mijne. Ik bedank hem daarom en loop maar naar buiten.

No-Bark

Jeannie May Crawford

Terwijl ik naar het hotel loop, zie ik de receptioniste naar buiten gaan. Waarschijnlijk zit haar dienst erop en neemt ze even pauze of gaat ze slapen. Een uitgelezen kans om eens uitgebreid na te gaan of No-Bark gelijk heeft. Ik kijk om me heen of de vrouw weg is en ik sluip stilletjes naar binnen. De kamer is donker en ik hoor op de achtergrond het gezoem van de computer, die blijkbaar nog bezig is om af te sluiten. Achter de toonbank vind ik een kluis die ik met enige moeite open weet te krijgen. Naast een grote berg aan bottlecaps, vind ik een heel merkwaardige brief die gericht is aan de receptioniste. Ik zet het licht van mijn pip-boy aan en ik lees wat er in staat.  Mij wordt duidelijk dat Jeannie May de vrouw van Boone heeft verkocht aan Slavers voor een noemenswaardig hoog bedrag. Wat een vuile daad! Ik had dit nooit achter een receptioniste verwacht. Ik sluip weer naar buiten en loop naar Boone, die toevallig dienst heeft.

Boone staat met zijn sniperrifle rustig naar buiten te kijken, wachtend op een ongelukkige inbreker die zijn pad zou kunnen kruizen. ”Boone, Jeannie May Crawford, the hotelreceptionist has sold your wife to slavers for a high amount of bottlecaps. I figure she’s probably dead by now”, vertel ik hem haastig, nog een tikkeltje verward bij mijn zojuist opgedane ontdekking.  ”I..I have to process this.”, vertelt hij mij en hij zakt in elkaar tegen de muur. ”I will have my revenge though. Go take her to the area before the dino and wear this barret. It’s a sign for me to shoot a bullet through her head.”Logische keuze, en Jeannie May verdient het ook. Zonder wat te zeggen pak ik zijn baret en ga op zoek naar haar.

Blijkbaar heeft ze pauze gehad, want ik vind Jeannie May alweer achter de computer de nodige zaken intikken. Ze heeft blijkbaar niet doorgehad dat ik in de kamer heb zitten rondsnuffelen, want ze vraagt mij heel vriendelijk of ze iets voor mij kan betekenen. ”Yes, in fact I would like to show you something. It’s important and I think you want to check it out”, vertel ik haar. Domme vrouw, want zonder mij te vragen wat het is loopt ze met me mee. Ik neem haar mee naar het gebied waar de mond van de dinosaurus op uitkijkt en geef Boone zo de kans op een wel gemikt schot door haar hoofd. ”So, here we are. What did you want to sh..”, en er galmt een luide knal door de omgeving. Boone heeft gesproken middels zijn geweer en het is voorbij. Het recht heeft wederom gezegevierd, maar toch voelt het niet helemaal goed. Ik houd er niet van als mensen dood gemaakt moeten worden, het is alleen een harde wereld waar dergelijke acties soms moeten worden genomen. Ik geef Boone het gebaar dat het een mooi schot was, het werk van een kunstenaar, en loop weer naar hem toe.

Boone is me dankbaar voor wat ik heb gedaan, maar kan vanwege zijn verloren vertrouwen in Novac niet meer blijven. Omdat hij nergens meer heeft om heen te gaan bied ik hem aan om mij te vergezellen. Ik kan zijn vaardigheden goed gebruiken voor wat mij nog te wachten staat en vele handen maken licht werk, zo luidt de regel. Hij is het daar wel mee eens en accepteert mijn aanbod. Een ding wat ik van hem moet onthouden, als er Legion in de buurt zijn dan zal hij zijn geweer meteen tevoorschijn halen. Prima, daar kan ik mee leven. Wat ik tot nu toe allemaal met de Legion heb beleefd, zal ik waarschijnlijk hetzelfde doen. ”Boone, this is the beginning of a great coöperation”, vertel ik hem enthousiast terwijl we ons richting het Noorden begeven.

Boone die zijn vrouw wreekt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s